De aanpak in supervisie

Een supervisiebijeenkomst kan individueel plaatsvinden, in een triade (met twee supervisanten) in in een groep (drie supervisanten). De supervisie vangt aan met een concrete ervaring uit jouw werkpraktijk; iets dat je heeft geraakt of dat je bezighoudt. De inbreng kan schriftelijk, mondeling of via geluids- of beeldopname ingebracht worden.

Via enkele stappen bewerken we die gebeurtenis tot een leerervaring:

  1. Bevragen: de eerste stap is om de ervaring helemaal compleet te krijgen via het bevragen. Wat is er precies gebeurd, welke gedachten, gevoelens en overtuigingen speelden er? Kortom: wat is de betekenis van de gebeurtenis?
  2. Reflecteren: nadat de ervaring helemaal duidelijk is geworden, ontstaat er ruimte om te gaan reflecteren. Tijdens het reflecteren komen verschillende gezichtspunten aan de orde: jouw persoonlijke geschiedenis, kennis of andere associaties. Door vanuit die andere gezichtspunten te kijken kan je iets ontdekken over  jouw aandeel in de ervaring, die van de organisatie et cetera.
  3. Leervraag: door reflectie ontdek je wat jouw eigenlijke leervraag is. Wat heb je te doen om in de toekomst beter met zo’n ervaring om te gaan (als professional)?
  4. Actief uitproberen: met de nieuwe inzichten kan je actief aan uitproberen in je werk, wat weer een nieuwe inbreng voor supervisie opleveren kan.

De supervisiebijeenkomst is dus vooral een bewerking van een concrete ervaring. Na afloop van de supervisiebijeenkomst schrijf je een reflectieverslag, dat we in de volgende bijeenkomst bespreken. Op die manier vergroot het leren.